Menu Sluiten

Bouillon van eigen dak en een biertje van de regen

Regenwater is de beste bron voor drinkwater, zeggen technologen. Het is minder verontreinigd dan grondwater of oppervlaktewater, die door vervuiling en tijdens droogte steeds vaker hun kwetsbaarheid laten zien.

‘Kijk, die vijf regenpijpen voegen we samen tot één grote pijp. Straks stroomt hier regenwater in een vat van 20.000 liter.” Enthousiast gebarend beent Michel Jansen buitenom zijn bedrijfspand in het Groningse dorp Leek en wijst in de lucht zijn plannen aan. Dat gefilterde regenwater komt in de soep.

Binnen in een best groot gebouw voor een bedrijf dat zich Kleinstesoepfabriek noemt, opent de eigenaar de enorme deksel van een ketel waaruit de onmiskenbare geur van paddenstoelen opstijgt. “Dit staat 24 uur te trekken voor onze bouillon”, zegt Jansen.

Kleinstesoepfabriek beschikt over een groot assortiment soepen, maar heeft ook vegan bonenstoof voor in het schap. Jaarlijks verlaten 1,2 miljoen potjes soep de Groningse fabriek. Ze vinden gretig aftrek bij natuurvoedingszaken maar ook bij onder meer Albert Heijn en Jumbo. Al drie jaar achtereen noteert Jansen een groei van 20 procent.

Volgend jaar komt een deel van de soep dus van regenwater van eigen dak. Het is geen luchtfietserij. “De offertes van de opvangtank zijn deze week verstuurd”, zegt Jansen. “We beginnen met één module. Als ik alle water voor mijn soepen van de regen wil betrekken, heb ik vier modules nodig. Daarmee zing ik het zelfs twaalf droge weken uit.”

Meer smaak

Op zijn bureau staan zes literflessen gefilterd regenwater. Hij serveert een glaasje. We proeven een normale, wat zachte smaak. “Ik schenk niet te veel, want morgen ga ik als proef pure tomatensoep en ook de groentebouillon maken die je net rook.” De tomatensoep bevat volgens recept van Johannes van Dam amper water, maar de groentebouillon staat straks dus wel urenlang in regenwater te borrelen.

Mag dat zomaar? “Ik heb het netjes gemeld bij de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWa)”, zegt Jansen monter. Is hij niet bang voor smaakverandering of imagoschade? Nee, is het resolute antwoord. “Mij is verzekerd dat fijne filters ongerechtigheden weren. Regenwater is zachter, dus ik denk dat de soep juist meer smaak krijgt. Mijn clientèle zal soep van hemelwater toejuichen. Ik kan niet wachten, net als de natuur en het klimaat niet kunnen wachten.”

Ruim 230 kilometer verderop schenkt een dag later gepensioneerd TNO-watertechnoloog Albert Jansen – geen familie van de soepdirecteur – aan de Regenwaterbar in Blue City in Rotterdam een glas koel regenwater in. De bar staat in een hal van voormalig subtropisch zwemparadijs Tropicana. Groene glijbanen herinneren nog aan de jaren dat hier kinderen joelend naar beneden glibberden.

In het complex met nog overal iconische rotsmuren huizen 55 bedrijven, van architecten tot oesterzwamtelers op koffiedrab (‘Rotterzwam’). Tijdens evenementen zijn ook regenwatercocktails verkrijgbaar, met smaken als gember en watermunt. Een van de ondernemers is bierbrouwer Vet & Lazy die naast het gangbare assortiment ook kleine batches regenwaterbier verkoopt (zie kader).

Hemel(s)water

Albert Jansen is de uitvinder van de technologie waarmee Kleinstesoepfabriek het regenwater gaat zuiveren om bouillon van eigen dak te trekken. Hemel(s)water noemt hij zijn vinding. “Er is geen schoner water als bron voor drinkwater in Nederland dan regenwater”, zegt hij.

Ruim de helft van het Nederlandse drinkwater komt van grondwater dat schaars en steeds vaker vervuild is. De andere helft komt van oppervlaktewater (rivieren) dat in tijden van droogte een onzekere bron is. Jansen heeft daarom een droom. In plaats van regenwater via het dak wegspoelen naar de riolering of naar vijvers, vaarten of grachten, wil hij regenwater gebruiken als drinkwater.

“Het mooie is dat het lokaal kan en dat het geen energie kost”, zegt hij. Jansen wijst op een tank die regenwater van het Blue City-dak opvangt. “Een eenvoudig filter zeeft er eerst takjes en blaadjes uit. Dan zakt het water door de zwaartekracht via een membraanfilter naar een tweede tank die eronder is gemonteerd.” Dat filter met zeer fijne gaatjes weert vervuiling tot op de miljoenste millimeter.

“De meest riskante vervuiling, zoals PFAS, microplastics, bacteriën en virussen zijn groter.” Jansen overlegt een certificaat van drinkwatercontrolebedrijf Kiwa, dat langdurige Hemel(s)water-analyses goedkeurde. “De opvangtanks zijn van polyethyleen, een harde plastic die geen weekmakers bevat en ook na weken verblijf geen rare smaakjes achterlaat.”

Regenwaterhackathon

Dan schuift Nienke Binnendijk aan de regenwaterbar aan. De projectleider van Blue City organiseerde dit voorjaar een zogeheten regenwaterhackathon, een bijeenkomst om duurzame verbetering van het watersysteem te bereiken, zeg maar het watersysteem duurzaam te hacken. Ook Albert Jansen was deelnemer. “We zijn al langer samen met ondernemers met regenwater bezig, onder andere voor toiletspoeling”, zegt Binnendijk.

Ze wilde met de hackathon bereiken dat de markt voor regenwater als ‘circulair water’ groeit. “Wat ontbreekt in Nederland is een wet of verordening die regelt dat het juiste water voor de juiste toepassing wordt gebruikt. Dus geen stokoud grondwater om auto’s te wassen of sportvelden te beregenen.”

De hackathon leidde tot de oprichting van de Regenwater Alliantie waarin dertien deelnemers ijveren voor een Regenwaterwet of een regenwaterparagraaf in de wetgeving. Er valt volgens Albert Jansen vijftig keer zoveel regen als het totale jaarlijkse drinkwatergebruik in Nederland. “Het ontbreekt aan goede wil en een coördinerende regie”, zegt hij. “Iedereen in de waterwereld wil graag op de foto bij het zoveelste proefproject”, vult Binnendijk aan. “Structurele implementatie van geslaagde proeven gebeurt echter amper.”

Nederland wacht

“Nederland wil 20 procent minder drinkwater gebruiken, maar andere landen gaan veel voortvarender met regen om dan Nederland”, ziet Jansen. Het begint al in Vlaanderen waar regenwatergebruik wettelijk verplicht is en zelfs rioolwater als drinkwater wordt ingezet.

In Vietnam start Jansen een proef met regenwater als drinkwater voor boeren en voor hun vee. “In Tanzania is Hemel(s)water getest in een school, ziekenhuis en in kassen. Daar is regenwater een serieus alternatief voor verontreinigd grondwater, net als in Suriname. En Nederland wacht maar af.”

Je zou verwachten dat de drinkwaterbedrijven enthousiast zijn over het plan van Kleinstesoepfabriek en de lokale regenbiertjes. Het komt immers tegemoet aan hun ook dit jaar vaak geuite noodkreet ‘we hebben straks niet voldoende drinkwater voor burgers en bedrijven’.

Toch reageert de branche-organisatie van drinkwaterbedrijven Vewin terughoudend. “Mooi dat dit soort initiatieven ontstaan, alle beetjes helpen, maar wij pleiten vooral voor gebruik van regenwater voor huishoudelijke toepassingen, zoals toiletspoeling en de wasmachine”, aldus woordvoerder Amarins Komduur. “Ook bestaat in de bouwregelgeving nog geen mogelijkheid voor gemeenten om bij nieuwbouw en verbouw eisen te stellen voor dit gebruik van regenwater.”

Voor Vitens gaat het een stap te ver

Soortgelijk commentaar geeft Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland, dat dit voorjaar nog vijf nieuwe bedrijven een wateraansluiting moest weigeren wegens capaciteitsproblemen. “Wij zijn enthousiast over het idee voor het gebruik van ‘het juiste water voor de juiste toepassing’”, reageert woordvoerder Jessica Winkelhorst van Vitens. “Zo zou het Bouwbesluit moeten worden aangepast voor toiletspoeling met regenwater.”

Regenwater als drinkwater gaat Vitens een stap te ver. “We moeten aan de strenge eisen van de Drinkwaterwet voldoen. Interessant dat mensen zoals Kleinstesoepfabriek naar oplossingen zoeken. Dat helpt bij het dreigend tekort. We moeten echter voorkomen dat iedereen gaat hobbyen. De kwaliteit moet voorop staan”, meent Vitens.

De drinkwaterbranche verwijst naar de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, want die gaan over voedsel. Daar reageert woordvoerder Pascale Scheurs nuchter. “Water dat niet wordt geleverd door een drinkwaterbedrijf, moet wel voldoen aan de definitie van drinkwater volgens de eisen van de wet. Onze inspecteurs gaan de installatie van Kleinstesoepfabriek gewoon toetsen. Als het voldoet, mag het.”

* * *

Rainbeer

In Amsterdam is er Code Blond, Friesland heeft Friese Boezem. In Den Helder heet het Kouwe Snuffel terwijl ze in Nijmegen spreken van Parapluvius. En het is lekker, zo bleek eind oktober op de afsluitingsbijeenkomst van de podcast Nattigheid! in Amsterdam. Allemaal biertjes die met regenwater zijn gebrouwen door lokale brouwerijen.

“Het taaie verhaal van de klimaatverandering kan wel wat lucht, of beter regen, gebruiken”, zegt Joris Hoebe van Rainbeer. Hij is met Wietse Visser sinds 2016 bezig met regenbier en met ‘pijpen kappuh’ (samen met bewoners regenpijpen doorzagen). “Je bestrijdt de wateroverlast én de droogte.”

Alle brouwerijen, lokaal, regionaal en nationaal, zouden een regenbiertje in hun assortiment moeten opnemen, is hun streven. “Met zo’n ‘stout’ biertje houden brouwers overheid en drinkwaterbedrijven voor dat ze de regelgeving moeten aanpassen om een watertransitie te bevorderen. Want goed gefilterd is regenwater beter dan grondwater of water uit de rivieren. Er is minder hop nodig en het is beter voor de brouwketels.”

En als het maanden droog blijft? Visser: “Dan is het jammer. No rain, no beer.”

  • Lees dit stuk op de website van Trouw