Menu Sluiten

‘De veendijk mag niet verdrogen’

Tien jaar geleden brak een veendijk in Wilnis door. Nu zijn de waterschappen in verscherpte staat van paraatheid als de droogte aanhoudt. Op pad met de dijkinspecteur.

Piet Schering heeft nog geen meter gelopen of hij prikt met zijn metalen staaf zeker een meter in de dijk. ‘Dit is een scheur in wording’, zegt de inspecteur van Hoogheemraadschap van Rijnland beslist. ‘Je ziet het ook aan de kale plekken in het gras’, zegt Schering terwijl hij met zijn handen over de dijk strijkt.

Samen met een collega zet hij de verdachte plek onmiddellijk in de veldcomputer. ‘Het gps-systeem geeft precies aan waar we zitten. Het geheugen is bovendien geladen met alle waarnemingen van voorafgaande jaren. Het is een hele bibliotheek van reparaties, erosie en schade zoals de hoeven van koeien. Als we willen, kunnen er zelfs een foto van deze plek inzetten.’

We staan op de veendijk langs de Rijnlandse boezem. Ruim vier meter lager ligt de Grietpolder, een diepe polder bij Leimuiden. ‘Er is nu niets aan de hand. Maar als de dijk doorbreekt, komt het water vanaf de Haarlemmerringvaart via deze boezem tot aan de eerste verdieping van die huizen daar’, zegt Schering en wijst naar een woonwijk.

Donderdag is het Hoogheemraadschap van Rijnland begonnen met de inspectie van zestig kilometer veendijken. Het stroomgebied van het waterschap beslaat een groot deel van Zuid-Holland en een kleiner zuidelijk deel van Noord-Holland. Ook andere waterschappen in het westen van Nederland en in Friesland zijn deze week begonnen met verscherpte controles.

Dat komt omdat het neerslagtekort deze week de 150 millimeter passeerde. Loopt dit tekort de komende weken door droogte, verdamping en eventueel zakkend grondwater verder op, dan worden de inspecties van de droogtegevoelige waterkeringen nog geïntensiveerd.

Waar wegen over deze dijken lopen, vindt de inspectie zo veel mogelijk per auto plaats. ‘We letten dan op scheuren in het asfalt en verzakkingen in de berm’, legt Schering uit. Maar het meeste werk geschiedt lopend over de dijk. ‘Als de droogte aanhoudt, zetten we desnoods ons kantoorpersoneel in’, zegt loco-hoogheemraad en bestuurslid Hans Schouffoer. ‘Onze mensen zijn getraind en enorm gemotiveerd.’

En er is meer. Sommige dijkvakken bevatten peilbuizen om te kijken of de grondwaterstand voldoende hoog is. Tijdens een apk-keuring van de dijken vinden sterkteproeven plaats aan de hand van grondmonsters uit de dijken. Soms houden vliegtuigjes de dijken met lasersignalen in de peiling.

Want een veendijk mag niet verdrogen. De veendijk is net een spons. Bij uitdrogen wordt hij keihard, gaat verpulveren, verliest zijn absorberend vermogen en wordt vederlicht. Door druk van het boezemwater, kwelwater of grondwater kan de dijk gaan schuiven.

Zoals in Wilnis waar eind deze maand tien jaar geleden zomaar een zestig meter lange veendijk wegschoof. De ringvaart stroomde leeg in een diepe polder. Huizen liepen onder, woonboten lagen op hun kant en honderden mensen moesten geëvacueerd. De schade liep in de tonnen. Even later verschoof een veenkade langs de Rotte, zonder grote schade. De schrik zat er evenwel goed in. Naar later bleek was verdroging in het superdroge en warme jaar van 2003 de oorzaak.

Het was een complete verrassing. Droogte was een volstrekt nieuw bezwijkmechanisme. ‘Daarom hebben we daar een heel protocol voor opgesteld’, zegt Schouffoer. Als de droogte aanhoudt, dan kunnen bijvoorbeeld sproeiboten worden ingezet die het veen en de klei op de dijken nathouden.

Veendijken zijn de laatste stukjes van verder volkomen afgegraven en leeggepompte veengebieden die nu de polders en droogmakerijen van West-Nederland vormen. ‘Veendijken zijn dus feitelijk niet bewust gebouwd, maar een als rand van een polder overgebleven waterkering’, zegt Judith van den Bos van de Unie van Waterschappen. ‘De samenstelling en verhouding tussen veen en klei verschilt van plek tot plek.’

Nederland telt een slordige vierduizend kilometer veendijken. Bij een toetsing in 2011 kreeg 23 procent van alle regionale waterkeringen in Nederland (dus naast de veendijken ook de kleidijken) het stempel ‘niet goed’. ‘Er lopen echter vele dijkversterkingsprogramma’s bij de betreffende waterschappen’, aldus de Unie van Waterschappen.

Enkele honderden kilometers dijk zijn intussen aangepakt en versterkt, even zoveel is in procedure. Meestal wordt er dan een kleilaag in de berm van de dijk aangebracht om het veen te versterken. ‘We verwachten dat eind 2015 het overgrote deel voldoet.’ Volgens Van den Bos is er geen reden tot ongerustheid. ‘Mochten zich nog verdachte plekken openbaren, dan zullen de waterschappen die ook aanpakken.’

Ook inspecteur Piet Schering van Hoogheemraadschap van Rijnland zegt nog maar eens dat de beginnende scheur niet verontrustend is. ‘Bovendien staat deze dijk in onze top-25. Dat betekent dat hij later dit jaar wordt voorzien van laagje klei in de berm van het binnentalud. We nemen die scheur ook gelijk mee. Nee, er is echt niks aan de hand.’

> Lees dit stuk bij De Volkskrant