Op de laatste dag van de natste meimaand ooit gemeten was de auteur van Nederland Droogteland in Diepenheim (Overijssel) te gast bij een symposium over klimaatbestendige landgoederen in het oosten van Nederland.

De bijeenkomst werd georganiseerd door Overijssel Particulier Grondbezit (OPG) en Gelders Particulier Grondbezit (GPG), beide onderdeel van de landelijke Federatie Particulier Grondbezit. Het gaat om tot de verbeelding sprekende landhuizen en kastelen met tientallen tot honderden hectare land eromheen, waarvan meestal de helft in pacht bij boeren.
Het totale areaal van zulke landgoederen moet niet worden uitgevlakt. In Overijssel bijvoorbeeld heeft OPG met 260 leden bij elkaar 40.000 hectare (11% van de oppervlakte van de provincie) in bezit, waarvan 17.000 ha landbouwgrond. Meer dan de helft van de Overijsselse natuur bevindt zich op de landgoederen.
Ook landgoederen kampen met verdroging en verzakking. De trieste aanblik van gescheurde kasteelmuren, geen water meer in de slotgracht en dode beukenlanen. Hoog tijd dus om na te denken over hoe ook landgoederen zich kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. De stenen en de natuur zijn vaak al vanaf de late Middeleeuwen in het bezit van de dezelfde familie en ze willen het graag goed doorgeven aan de nieuwe generaties. Spil in het regelwerk zijn de rentmeesters die namens de familie contact onderhouden met natuurorganisaties, boeren, provincie en gemeenten.
René besprak in zijn lezing de oorzaken van klimaatverandering en, net zoals in zijn boek, vele mogelijke oplossingen voor droogte- en wateroverlastproblemen. Mooi is dat sommige ‘moderne’ oplossingen juist in die late Middeleeuwen zijn bedacht. Vloeivelden, rabatbossen, kronkelende beken, opgeleide beken. De landgoederen en de boeren wisten handig gebruik te maken van het reliëf van het stuwwallandschap.
Erik Brinckmann, van landgoed Het Lankheet bij Haaksbergen, vertelde in een workshop over de ontdekking van 250 oude vloeivelden in Nederland (zie ook René’s artikel in Trouw). Het Lankheet bezit een van de laatste nog actieve vloeivelden, dat ervoor zorgt dat het gras er in de zomer groener is dan bij de buren. Afgelopen natte winter vertraagde het vloeiveld, 20 hectare groot, de waterafvoer naar Deventer, en hielp zo de stad droge voeten te houden.