Menu Sluiten

Waar blijven we nou met onze beroemde waterkennis?

Klimaatverandering eist z’n tol, zelfs in ons ooit zo natte polderland. Razendsnel wordt Nederland een land van structureel watertekort en kurkdroge grond, met geel gras, blauwalg en drooggevallen beekjes. We moeten veel meer water vasthouden, voor langere tijd. Waar wachten we op?

Regenen doet het niet, of het moeten records zijn. Tot en met vorig weekend telden we 35 achtereenvolgende dagen zonder neerslag. Dat zijn vijf volle weken dat het bijna net zo droog was als in het alltime recordjaar 1976. Het lijkt er op dat 2023 hard op weg is om het vijfde droge jaar van de laatste zes jaar te worden. Zelfs de paar onweersbuien deze week zijn niets meer dan wat druppels op de gloeiende plaat. Dat is opvallend, want ruim een maand geleden ging 2023 nog op voor het record van de natste lente ooit gemeten door het KNMI, vooral door de kletsnatte maart en april.

Waar is al dat water uit de lente gebleven? Hoe kan het dat het gras zelfs in het zompige Amsterdam geel kleurt? Het antwoord is simpel. Het meeste water is verdampt. Dat maakt de bovenlaag kurkdroog. De harde en droge noorden- en oostenwind de afgelopen tijd jaagt de bodemdroogte nog verder aan. Ook de uitgelopen bomen en heesters verdampen veel water uit diezelfde bovenlaag.

Tenslotte is een deel van de overvloedige lenteregen in de diepe ondergrond gezakt, vooral op de zandgronden. De waterschappen in Brabant, Gelderland, delen van Utrecht en Drenthe melden dan ook amper problemen met het grondwater.

Drooggevallen beekjes
Er ontstaan evenwel grote problemen als de regen uitblijft. Rijkswaterstaat heeft uit voorzorg eind mei al het waterpeil in het IJsselmeer vijf centimeter verhoogd door extra water uit de Rijn erin te laten – nog nooit gebeurde dat zo vroeg. Daarmee is de wateraanvoer van vaarten, kanalen en sloten in een groot deel van Nederland voorlopig gewaarborgd. Omdat het peil van de Rijn en de Maas echter nu al flink afnemen, in plaats van normaal in juli en augustus, kan deze voor Nederland cruciale watervoorziening in de knel komen.

Wie ook naar het waterpeil in de sloten kijkt, ziet dat de meeste waterschappen het peil buitengewoon hoog hebben gezet. Op de zandgronden hebben de waterschappen als de oliemannetjes van het watersysteem stuwtjes dichtgezet, skippyballen opgepompt en zelfs boeren links en rechts overtuigd dat zij pas later het land op mogen met hun zware machines. Alles om de droogte het hoofd te bieden: hulde voor dit goede werk!

Toch schieten deze inspanningen structureel tekort. De klimaatverandering laat niet alleen in Zuid-Europese landen zoals Spanje en Italië maar ook in Nederland zien dat we met akelige extremen te maken hebben, die elkaar in tijd steeds sneller opvolgen en in ruimte steeds meer raken. Een extreem droge Spaanse en Italiaanse winter en voorjaar veroorzaakten, na een paar dagen van extreme onweer- en hoosbuien, enorme aardverschuivingen en modderstromen. De plensbuien konden niet meer wegvloeien zoals normaal, maar stroomden over de kurkdroge grond zoals een uitgedroogde pot van een kamerplant plots water krijgt.

Het nieuws kan je uittekenen, ook in Nederland. Krakende voetstappen in drooggevallen beekjes, minder water uit de regendouche door watertekort bij drinkwaterbedrijven, pontjes die de IJssel niet meer over kunnen en, niet te vergeten, blauwalg die alle waterpret verpest.

Kunnen wij ons niet wapenen tegen de klimaatverandering met zijn hardnekkige extremen? Moeten we het lijdzaam ondergaan? Waar blijven wij Nederlanders nou met onze wereldberoemde waterkennis? In mijn boek Nederland Droogteland laat ik heel veel mogelijkheden zien, groot en klein, waarmee we ons tegen de droogte kunnen verweren. Het kernpunt: we moeten meer water vasthouden. Dat zeggen politici en watermensen al sinds 2018 in koor. Wereldkampioen water vasthouden moeten we worden, maar we doen nog te weinig. Na duizend jaar strijd tegen het water beschikt de Nederlander over een verankerde reflex van ‘wegpompen, hup, naar zee ermee’.

Omarm het water
Laten we afrekenen met die wegpompreflex. We moeten leren om in de winter en in het vroege voorjaar het overvloedige water te oogsten, weg te zetten, te ‘parkeren’, te bewaren als sappige appels voor de dorst die later komt. Waar? Bijvoorbeeld in het IJsselmeer, onze ‘Nationale Regenton’. Maar we moeten ook regionale regentonnen vullen, in meren en kanalen. Nederland heeft 2.500 kilometer aan kanalen die niet meer worden bevaren. Perfect geschikt als extra waterberging.

En er is meer bergruimte. Waterschap Aa en Maas heeft in Noord-Brabant als experiment in 2019 een waterhouderij aangelegd. Dat is een soort stuwmeer, dat water opslaat en waar water kan weglopen in tijden van droogte. Wandel- en fietspaden maken de waterhouderij tot een aangenaam recreatiegebied, en als bijvangst is er meer ruimte voor vissen. Waarom zijn er geen honderd waterhouderijen?

Er zijn nog talloze mogelijkheden, al zijn dergelijke plekken in de slag om de schaarse ruimte steeds moeilijker te vinden. Onder de grond zijn de opslagopties echter ruim voorradig. Zoals de duinen van oudsher al regenwater vangen én perfect drinkwater leveren, zo kunnen we in veel meer zandgebieden regenwater en rivierwater stallen. Er zijn plannen om dit op de zeer verdroogde Sallandse Heuvelrug te doen, maar waarom geen grootschalige studies naar pakweg de Utrechtse Heuvelrug, de Hondsrug in Drenthe, de Brabantse Wal of de Friese zandgronden? Ook de Veluwe geldt al jaren als een veelbelovende ‘Nationale Gieter’ wanneer het enorme zandlichaam op slimme plekken wordt verzadigd met winterwater.

‘In Vlaanderen vangt elk nieuwbouwhuis verplicht 5.000 liter regenwater op; laten we daar van leren’
Die ondergrondse bergingscapaciteit is er ook onder drukke steden. Het wereldberoemde voorbeeld van het Sparta-stadion in Rotterdam-Spangen bewijst dat ook op slechts veertien meter diepte regenwater van de daken van huizen en het stadion kan worden geborgen. ‘s Zomers sproeien ze er het grasveld mee. En nu we toch in het stedelijk gebied zijn: maak een regeling in het Bouwbesluit waarmee elke nieuwbouwwoning voortaan wordt verplicht te beschikken over een opslagreservoir in de bodem. In Vlaanderen laten ze zien dat een verplichting voor een opslagreservoir van 5000 liter per huis mogelijk is – er wordt daar zelfs over gesproken de eis te vergroten naar 8000 tot 10.000 liter. Met dat water wordt het toilet doorgetrokken en de tuin gesproeid.

Voor hoogstedelijk gebied zijn groenblauwe daken met wateropvang én planten een uitkomst. Ze dempen de overlast bij stortbuien, zorgen voor biodiversiteit op het dak, temperen de zomerhitte op de bovenste verdiepingen en laten de zonnepanelen in de zomer beter functioneren.

Geen gemarchandeer
Kosten deze maatregelen veel geld? Ongetwijfeld, maar Nederland vermijdt ook veel schade door watertekort en watersnood. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) becijferde alleen al de schade aan funderingen en infrastructuur door verzakkingen tot 2050 op €30 mrd.

De rekening voor de waterberging en andere watermaatregelen zou voor een deel bij de gebruikers van het steeds schaarser wordende water moeten liggen. Prima dat de boeren grondwater oppompen voor hun verdrogende aardappels en mais. Maar verplicht ze eenzelfde volume in de winter terug te brengen in de bodem, als cashback van hun waterlening. Ook prima dat consumenten hun tuinen sproeien en hun zwembadjes vullen. Maar voer dan ook een comforttarief in: een soort staffel waarbij je meer betaalt boven het modale gebruik. Weer zijn de Vlamingen hier het voorbeeld. De waterconsumptie van de Belgen daalde de laatste vijf jaar van 120 liter per persoon per dag naar 100 liter. In Nederland steeg het van 120 liter naar bijna 130 liter.

Het belangrijkste is dat gemeenten, provincies en waterschappen niet langer alles overal toestaan. Met een rechte rug moeten ze het eerlijke waterverhaal vertellen. Water- en bodemgebruik moeten sturend worden, zoals in het Regeerakkoord staat. Een nieuwe ruimtelijke ordening gebaseerd op wat de bodem en het (grond)water verordonneren is een lastige opgave, maar de beloning kan groot zijn: meerdere hoofdpijndossiers kunnen namelijk met elkaar meeliften.

Overtuig boeren om hun laagste percelen te reserveren voor waterberging. Geef als waterschap daar een goede vergoeding voor, die ruim opweegt tegen de verminderde grasopbrengst en melk. Het waterpeil kan dan in een groot gebied omhoog. Dat is goed voor de natuur én goed tegen de stikstofemissies. In de drassige stroken rond een dergelijke waterberging kunnen boeren vezelrijke gewassen telen als hennep, vlas en olifantsgras. Het lijken uitstekend renderende opbrengsten voor goed isolerend vezelplaatmateriaal dat in de circulaire bouw zijn weg kan vinden.

Maak in de stad op de laagste plekken meer vijvers en groenstructuren. Het is daar dan goed verpozen tijdens de zomerse hittegolven. Mooie groene locaties verhogen bovendien de ecologische en economische waarde van de stad.

Waar wachten we op? Kersverse provinciebesturen en waterschapsbesturen: start de komende vier jaar op 21 plaatsen in Nederland een voorbeeldproject van deze nieuwe ordening. Laat de ervaringen de leidraad vormen voor een klimaatbestendig Nederland vanaf 2030.

Lees dit essay in het FD