Het is tijd voor ‘Ruimte voor de rivier’ 2.0

Om te voorkomen dat overstromingen zoals die van de Waal in 1995 nog eens voor kunnen komen, hebben rivieren meer ruimte gekregen. Er kwamen nevengeulen en uiterwaarden werden uitgediept. De laatste paar jaar doet zich echter een nieuw probleem voor: te weinig water door aanhoudende droogte. Nieuw beleid is noodzakelijk.
‘Kijk’, wijst Jeroen Helmer, ‘koeienstront. Er is in dit kale zand niks te
vreten, maar de galloway-runderen zijn hier recent toch geweest. Moet je zien, al die vliegen en kevers.’ Even later ziet de tekenaar, illustrator en schrijver van ARK Rewilding Nederland ook zijdebijen die zich – volgegeten met de nectar van de bloeiende wilgen – tussen de zandkorrels ingraven, pal naast uitbundig uitgelopen geelgroene cipreswolfsmelk.
We staan op een metershoge rivierduin langs de Waal, in de Millingerwaard bij Nijmegen. Een indrukwekkend en zeldzaam fenomeen, zo’n duin langs een van de drukst bevaren rivieren van Europa. De Millingerwaard geldt als een van de grootste succesnummers van het programma ‘Ruimte voor de Rivier’, dat in de jaren negentig van de vorige eeuw gestalte kreeg. Na de bijna-overstromingen van de Waal in 1993 en 1995 werd het versneld uitgevoerd.
Burgemeester Zomerdijk van Echteld stond op de winterdijk bij Ochten in februari 1995 toen 250.000 mensen werden geëvacueerd in het Gelderse rivierengebied. Helmer brengt een bijzonder gesprek op dit duin te berde, meer dan 35 jaar geleden.
Toenmalig minister Smit-Kroes van Verkeer en Waterstaat (1982-1989) kwam op werkbezoek, per boot. ‘We vertelden haar dat de boer die hierachter mais verbouwde, dit zand steeds afgroef. Er wilde toch niets groeien en zo verdiende hij nog een zakcentje. Ook haar eigen Rijkswaterstaat was juist op dat moment bezig met afgraven, precies op deze plek. Voor de natuur was dat niet best. De minister pakte daarop terstond haar mobiele telefoon, zo’n groot ding met een antenne, en maakte ter plekke een einde aan de afgraving’, vertelt Helmer.
KUDDES KONIKPAARDEN
Soms is het een kwestie van de juiste mens op de juiste plaats. Er was weliswaar committent van Rijkswaterstaat voor meer ruimte voor de rivier, maar na het hoge bezoek op het rivierduin konden de boeren binnen enkele jaren hun grond uitruilen tot ver achter de winterdijk. Vanaf de Millingerwaard tot aan Nijmegen werd het één aaneengesloten natuurgebied van zestien kilometer. Overal wilgen, zwarte populieren, kuddes konikpaarden en runderen die de boel kort houden.
‘We zijn hier van één soort, namelijk mais, naar duizenden soorten gegaan’, zegt Helmer. ‘Het doel was 5.000 soorten in 2022. Dat is mislukt’, zegt hij. ‘Het zijn er ruim 3300.’ Tot 2018 zijn er in Nederland liefst 34 van dergelijke projecten uitgevoerd.
Niet alleen bij de Waal, maar ook bij de Rijn (Blauwe Kamer), IJssel (Duursche waard) en Maas (Grensmaas). Klei-, zand- en grondwinners groeven de uiterwaarden af waardoor ze weer mochten doen waarvoor ze bestemd zijn, namelijk onderlopen. Er kwamen nevengeulen en soms werden oorspronkelijke meanders hersteld.
Kort gezegd: er kwam meer ruimte voor de rivieren, en dat vermindert de kans op overstromingen en biedt veiligheid zonder zware dijkverhoging, terwijl er ruimtelijke kwaliteit ontstaat voor natuurontwikkeling en recreatie.
Vorige maand werd met enig tromgeroffel een nieuwe stap aangekondigd. Het tot nog toe wat ambtelijke ‘Integraal Riviermanagement (IRM) werd handig omgedoopt tot ‘Ruimte voor de Rivier 2.0’. Want het imago is ijzersterk, al formuleert programmamanager Marieke Hofstra het anders. ‘We hopen dat Ruimte voor de Rivier 2.0 net zo succesvol wordt als 1.0. Dat kan alleen als Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten goed samenwerken. Dat is juist nu belangrijk. In de jaren negentig was er minder ruimtedruk, meer geld en meer vertrouwen in de overheid.’
En dat terwijl de agenda van de 2.0-versie veel omvangrijker is dan de vooral op overstromingsgevaar gerichte eerste versie. ‘We hebben door de klimaatverandering óók te maken met een tekort aan water en lage waterstanden, zoals dit jaar zelfs al in maart en april. In 2018 en 2022 hebben de gevolgen van langdurige droogte kunnen zien.’
En daarnaast is de kans op extreme regenval zoals in Valkenburg in 2021 toegenomen, aldus Hofstra die als civiel ingenieur bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat al tien jaar aan riviermanagement werkt.
SLUIMEREND PROBLEEM
Er manifesteert zich nóg een nieuw, zij het al langer sluimerend probleem. De rivierbodem van de Waal is door de hoge stroomsnelheid op sommige plaatsen in een eeuw twee meter gedaald. Nog altijd zijn er veel te veel harde oevers.
De rivier is door de vele kribben in een knellend korset geperst. Daardoor is er geen ruimte voor sedimentafzetting in bochten, laat staan voor rivierduinen, maar pakt de rivier noodgedwongen sedimentdeeltjes van de bodem en roetsjt ze richting zee. Deze kanalisering van de rivier geschiedde ten behoeve van de scheepvaart, maar diezelfde scheepvaart gaat nu de tol betalen.
‘Harde kunstwerken als sluizen en gemalen blijven namelijk op hun plaats liggen en functioneren dus minder goed’, zegt Hofstra. ‘Bij laag water komt de sluis te hoog te liggen. De schepen kunnen de havens langs de rivieren minder goed bereiken, want die liggen hoger dan de rivier. De rivier draineert bij laagwater bovendien de uiterwaarden en zuigt zelfs water onder de dijken door uit het achterland’, legt Hofstra uit. Daardoor dreigt nog meer droogteschade van de landbouw op de vruchtbare rivierklei, ook binnendijks. Ook verzakking van boerderijen is aan de orde.
De rivierbodemdaling maakt ook dat het water van Rijn en Waal de hoger gelegen, amper geërodeerde IJssel steeds minder goed kan bereiken. Water stroomt nu eenmaal naar het laagste punt.
‘Daardoor komt de bevoorrading van het IJsselmeer, onze “nationale regenton” in gevaar’, zegt Marieke Hofstra. ‘Dat heeft gevolgen voor de watervoorziening in heel Noord-Nederland en het kan ook de drinkwatervoorziening van Noord-Holland belemmeren.’
Met proefprojecten om op slimme plaatsen zand in de rivier te storten, start het Rijk met de aanpak van de rivierbodemdaling.
‘Maar deze riviersuppletie heeft alleen zin als we de stroomsnelheid verlagen en erosie voorkomen’, weet Hofstra. Dat betekent dus onverkort doorgaan met het hermeanderen van de Waal, inclusief meer nevengeulen. Die nevengeulen bieden ruimte voor uitwisseling van sediment; oevers begroeid met ooibos dragen bij aan verkoeling, en rivierhout in het water zorgt voor opname van voedingsstoffen en herstel van voedselkringlopen.
POLITIEK NEUTRAAL
Op de zestiende verdieping van een kantoortoren in Den Haag noemt Deltacommissaris Co Verdaas het een geruststelling dat Ruimte voor de Rivier als antwoord op het klimaatprobleem is onderkend.
‘Het staat netjes in het Regeerakkoord. Ruimte voor de Rivier is politiek neutraal geworden. Daar ben ik blij om’, zegt de voormalige dijkgraaf van waterschap Rivierenland.
Verdaas woont zelf aan de Waal. ‘De snelheid waarmee het water omhoog kwam in juli 2021 was intimiderend. Het is overduidelijk dat we rivieren meer ruimte moeten geven.’
Het sterke aan het concept vindt Verdaas de communicatie. ‘Het verhaal van de rivier is een identiteitsdrager. Ruimte voor de Rivier garandeert veiligheid én uitzicht zonder zware dijkverhoging. Uiterwaarden zijn bedoeld om onder te lopen, en niet primair voor de landbouw.’
Ook steden hebben profijt. ‘Zo’n benedenstad van Nijmegen was vroeger een achenebbisj-buurt met de rug naar de Waal. Nu is het een levendige buurt met mooie kades, gericht op de rivier.’
Volgens de Deltacommissaris moeten alle gebruikers en alle functies oprecht worden benaderd. ‘Je kunt heus goed ondernemen en tegelijk goed voor de rivier zorgen. Grondstoffendelvers kunnen op een duurzame manier klei, zand en grind winnen. Hoogwaardige landbouw moet je niet op voorhand afwijzen in het riviersysteem. Overheden moeten goede dialogen voeren. De transitie in de landbouw is cruciaal, want zowel landbouw als natuur hebben het meest last van extremen. Het gaat erom de “volhoudbaarheid” van een landbouw voor de lange termijn te ontwikkelen.’
HOOGWAARDIGE LANDBOUW
Ook Saskia Boelema, gedeputeerde van onder meer Water en bodem van de provincie Noord-Brabant, denkt dat ‘hoogwaardige landbouw’ te combineren is met meer ruimte voor de Rivier.
‘Doordat boeren steeds meer moeten omgaan met een verhoogde kans op zowel te droog als te nat, denk ik wel dat de teelten extensiever moeten worden, zeker in de buurt van de Maas.’ Combinatie met functies als natuur en recreatie is zeker mogelijk, denkt Boelema. Ook de verplichting om aan de Kader Richtlijn Water te voldoen, wordt meer haalbaar met dit programma.
‘Ruimte voor de Rivier 2.0 heette Integraal Riviermanagement en betekent niets anders dan doorgaan op de al jaren ingeslagen weg’, aldus Boelema.
Een voorloper is bijvoorbeeld de aanpak van de flessenhals in de Maas bij Oeffelt. ‘Daar leggen we vanaf volgend jaar onder meer vier kilometer nieuwe Maasheggen, UNESCO-erfkrijgt daardoor bij hoogwater meer ruimte. Het waterpeil zal dan door deze nieuwe nevengeul twintig centimeter zakken, een effect dat tot in Venlo zal worden gemerkt.’
Ook wordt veel meer water stroomopwaarts geborgen, te beginnen in de beeklopen, boven in de Dommel, maar ook stroomafwaarts in het Bossche Broek, een groot landelijk gebied vlakbij Den Bosch. ‘We willen in deze secundaire watersystemen 45 miljoen kubieke meter water bergen. Daarmee ontlasten we het primaire systeem van de Maas’, aldus Saskia Boelema.
OVERLEG MET BUREN
De Rijn wordt door verminderde zomeraanvoer van smeltwater steeds meer een regenrivier. Dat vraagt ook om een nieuwe aanpak. Een idee is om in de winter water stroomopwaarts op te slaan in zijdalen in Duitsland en dit water in de zomer gedoseerd weer af te geven.
Waterschap Limburg overweegt iets soortgelijks voor de Maas met een Duits waterschap. Via het riviertje de Roer zorgt dit Wasserverband voor de aanvoer van genoeg water naar Maas. Bij laag water gaat het zelfs om 30 procent, dat in de Eiffel voorradig is in de stuwmeren.
Dat water in de Roer is in de zomer bovendien zeven graden kouder dan de Maas, zodat de Roer meehelpt aan het verlagen van de temperatuur van het Maaswater vanaf Roermond, meldt waterschap Limburg. Zoiets zou mogelijk ook voor de Rijn kunnen.
‘We moeten ook bij de Rijn meer internationaal samenwerken bij mogelijke ingrepen bovenstrooms’, zegt Deltacommissaris Co Verdaas. ‘Dat kan ons én Duitsland potentieel helpen, zowel in bestrijden van de overlast bij hoog water als garanderen van voldoende waterstand bij droogte.’
Ans Mol hoort eveneens van gesprekken met Noordrijn-Westfalen. ‘We moeten water langer vasthouden en de stroomsnelheid van de rivieren verlagen’, zegt ze. ‘Dat vraagt ruimte en die is schaars in Nederland, dus ik begrijp dat we daarom met de buren overleggen’, zegt de gedeputeerde Water en Klimaatadaptatie (BBB) van de provincie Gelderland. ‘Al vraagt de samenwerking tussen Den Haag en Berlijn eerder meer nationale inspanning.’
Meer water in Nederland vasthouden heeft voordelen, meent Mol. ‘Ruimte voor de Rivier 1.0 heeft aangetoond dat ook gemeenten er meer mee opschoten dan waterveiligheid alleen. Oude steenfabrieken en vervallen industriële monumenten zijn omgebouwd tot woningen.
In Arnhem wordt Meinderswijk een woongebied met “ruimte voor de rivier”. Op veel plaatsen vormen de uiterwaarden de achtertuin van gemeenten’, weet Mol. ‘Inwoners vinden er rust, ruimte en stilte.’
Ook boeren moeten kunnen profiteren van de vruchtbare gronden in de delta, meent de BBB-bestuurder. Kunnen wonen en landbouw wel samen met natuur en water?
Mol: ‘Weet je wat mijn moeder van 90 jaar zei na de overstromingen in Valkenburg? “Eens in de zoveel jaar loopt een boer schade aan gewassen op door te veel of te weinig water. Dat risico moet je accepteren en dan moet je niet piepen bij een misoogst.” En daar voeg ik aan toe dat je geen houten vloeren moet aanleggen in buitendijkse woningen.’
Terug naar de Waal, waar langs de oevers halfwilde runderen grazen.
‘Er moeten nog veel meer verbindingen komen, waardoor er meer interacties tussen soorten kunnen optreden’, zegt Jeroen Helmer van ARK. ‘En vergeet niet meer dood hout in de rivier toe te laten. Dat hoort er van nature thuis en legt CO2 vast. Er hechten zich bovendien kokerjuffers, mosdiertjes en kriebelmuggen aan. Ze zuiveren het water. Hé, hoor je dat? Een Cetti’s zanger. Echt een soort die door de klimaatverandering algemener is geworden. Hij zit hier overal.’
Download een pdf van dit artikel