Menu Sluiten

De natste stad van Nederland

Zoetermeer wapent zich tegen het water

Uit de jongste weercijfers blijkt dat nergens in Nederland zoveel regen valt als in Zoetermeer. Hoe kun je als gemeente de bijbehorende overlast beperken? Deel één van een drieluik over de gevolgen van het veranderende klimaat.

Mooie naam wel, Zoetermeer. De gemeente is genoemd naar een zoetwatermeer uit lang vervlogen tijden.

De laatste zestig jaar heeft het kleine dorpje zich ontwikkeld van een ‘groeikern’ tot de derde stad van de provincie Zuid-Holland met 125.000 inwoners. Nu moet de gemeente ervoor waken dat ze niet opnieuw een zoetwatermeer wordt.

Want volgens de eerder dit jaar bijgestelde langjarige neerslagstatistieken van het KNMI viel er gemiddeld genomen in de periode 1991-2020 nergens in Nederland meer regen dan in Zoetermeer: 972 millimeter per jaar. Ook andere Zuid-Hollandse gemeenten als Rotterdam, Den Haag en Voorschoten scoren hoog in de laatste neerslagcijfers.

Die positie is relatief nieuw. In de periode 1981-2010 werd de omgeving van Apeldoorn, Deelen, Hoenderloo tot het natste deel van Nederland gerekend. Het KNMI en Weer-online denken dat de neerslagoverlast zich naar het westen heeft verplaatst doordat regenwolken vanaf de Noordzee eenmaal op land aangekomen snel ‘uitregenen’, vooral in het vroege voorjaar en de nazomer. ‘Dat effect wordt nog versterkt doordat het in de dicht bebouwde Randstad warmer is vanwege bebouwing, verhard oppervlak en industrie.

Ook de hoogbouw fungeert als een soort gebergte dat wolken omhoog stuwt waardoor de waterdamp tot regendruppels condenseert’, aldus het KNMI.

Het is geen verrassing dat het meer gaat regenen door de wereldwijde temperatuurstijging. Hoe warmer het is, hoe meer water verdampt uit zee. Vroeg of laat valt dat als regen naar beneden.

Alleen: het gebeurt vaker dan vroeger in de vorm van extreme buien.

VERRASSING

Voor de gemeente Zoetermeer, de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland komt denieuwe ranking van natste gemeenten als een verrassing. ‘Het maakt eens te meer duidelijk dat we het water in de Nederlandse ruimtelijke ordening een plaats moeten geven, want anders neemt het water zijn plek’, zegt Rogier van der Sande, dijkgraaf van Hoogheemraadschap van Rijnland. Van der Sande, tevens voorzitter van de koepelorganisatie Unie van Waterschappen, doelt ook op de dramatische gebeurtenissen met extreme neerslag in Zuid-Limburg, België en Duitsland.

Het komt mooi uit dat Rijnland, samen met de gemeente Zoetermeer en de provincie Zuid-Holland vorig najaar een enorme waterberging heeft gerealiseerd in de Nieuwe Driemanspolder, in het buitengebied van Zoetermeer richting Den Haag.

‘Dit is het putje van het gebied, al het water stroomt hier naartoe’, wijst Van der Sande. Het 350 hectare grote gebied kan 2,5 miljoen kubieke meter water bergen.

‘In tijden van extreme regenval kunnen we de waterstand in het uitgebreide stelsel van boezems en vaarten in de omgeving enkele centimeters verlagen en de overlast beperken. Het water kan hier anderhalve meter hoger komen’, wijst Van der Sande van de rand van het gebied. Kosten: 40 miljoen euro. Het is méér dan een voorziening van piekberging die door de lage ligging amper aanleg van kunstwerken vergde. Fietsers rijden er hun rondje, mensen lopen hard en laten er hun hond uit. ‘In de strenge vorstperiode van februari zag je hier volop mensen schaatsen’, weet Van der Sande.

Daarnaast startte Zoetermeer het project ‘Moerasparels’. In totaal komen er zeven kleine ondiepe moerasgebieden met waterplanten langs de oevers van de Zoetermeerse plas, ofwel Noord A. Doel is om het water natuurlijk te filteren en de biodiversiteit te vergroten. Natuurvriendelijke oevers met rietplanten zuiveren het water van onder meer fosfaat. Tegelijk wordt de waterkwaliteit verbeterd en de blauwalg bestreden waardoor de recreatiemogelijkheden voor Zoetermeer en omstreken verbeteren. Dit ontslaat de gemeente niet van het treffen van voorzieningen in de bebouwde kom van de stad.

GROTE OPGAVE

Nu staat Zoetermeer bovenaan in de lijsten van natste steden, maar eigenlijk is heel Zuid-Holland drijfnat, zoblijkt uit de KNMI-reeksen. ‘Het is voor elke gemeente bekend dat de hoosbuien zullen toenemen, en dat is voor elke stad een grote opgave’, bevestigt Astrid de Wit, programmamanager klimaatadaptatie van Zuid-Holland. In het bestaand stedelijk gebied is alles al volgebouwd, en 70 procent van de huizen is in privaat bezit. Het is moeilijk om mensen mee te krijgen, want de kosten zijn relatief hoog. ‘Wij stimuleren daarom de zogeheten meekoppelkansen. Wordt een woningblok gerenoveerd ? Tref waterbergende voorzieningen. Is een gemeente toe aan vervanging van het riool of gaat een straat op de schop? Leg er een groenstrook langs, pas waterdoorlatende bestrating toe, of maak een verdiepte trottoirband of wadi’, somt De Wit op.

De Zuid-Hollandse gemeenten hebben vrijwel allemaal een klimaatstress-test gedaan waarbij gevoelige plekken voor hitte, droogte, wateroverlast, verzilting en bodemdaling aan het licht kwamen. En wat is de top-5 van maatregelen in ZuidHolland volgens de programmamanager? ‘Vergroening, vergroening, vergroening, vergroening en technische maatregelen’, antwoordt ze.

Wat dat laatste betreft, stimuleert de provincie onder meer innovaties en ondergrondse berging en hergebruik van regenwater. Een voorbeeld dat onder auspiciën van de provincie tot stand kwam, is het stadion van de Rotterdamse voetbalclub Sparta. Plensbuien op het dak van stadion, maar ook op de huizen in de buurt komen via een pijpenstelsel in een helofytenfilter terecht. Bladresten, zand en ander grof organisch spul blijft in het filter liggen, bacteriën op de wortels van het de rietknolletjes houden fosfaat en andere meststoffen vast. Het gezuiverde regenwater wordt veertien meter onder een Cruyffcourt in de bodem gepompt. In tijden van droogte wordt het weer bovengronds gehaald, en dient het onder meer voor beregening van de (kunst)grasvelden.

Het wordt nu ook elders toegepast, vertelt De Wit. ‘In het Cromvlietpark in Den Haag levert het irrigatiewater voor een grote gemeenschappelijke moestuin en in Pijnacker-Nootdorp zet men het regenwater in tegen de bodemdaling.’ De Spaanse voetbalclub Real Valladolid heeft het idee nagevolgd voor het dak van het Zorrilla-stadion. ‘Zulke maatregelen zijn mooi, maar relatief duur’, zegt De Wit. ‘Gemeenten zetten volop in op klimaatadaptie, maar hebben weinig financiële armslag.’ Volgens haar is medefinanciering door het rijk onmisbaar. ‘Als we er niet in slagen de klimaatverandering tegen te gaan, dan zal het aanpassen een steeds grotere kostenpost worden voor de belastingbetaler en vastgoedeigenaren. Nu investeren zorgt voor een veilige en gezonde leefomgeving en beperkt de schadelast in de toekomst.’ Volgens haar zijn de maatregelen voor nieuwbouwprojecten wat eenvoudiger.

‘Je kunt daar met een schone lei beginnen. We hebben voor nieuwbouw een convenant ‘Klimaatadaptief bouwen’ gesloten met gemeenten, bouwers en ontwikkelaars.

Meer dan vijftig partijen hebben toegezegd dat zij de klimaatadaptieve uitgangspunten in hun projecten opnemen, waaronder in Zoetermeer’, aldus De Wit.

Natuurbeschermingsorganisatie het Zuid-Hollands Landschap bepleit meer vaart te maken met de aanleg van klimaatbuffers en bergingsgebieden voor water, die in tijden van droogte geleidelijk water kunnen afgeven. ‘Bijvoorbeeld om de verzilting tegen te gaan die via een zouttong in de Nieuwe Waterweg en de Hollandse IJssel oprukt’, zegt directeur Michiel Houtzagers. Hij vindt de piekberging zoals in de Nieuwe Driemanspolder een goed voorbeeld. ‘Laten we de klimaatverandering zien als een kans om meer mogelijkheden voor de natuur, ontspanning en recreatie te creëren’, zegt hij. ‘Zuid-Holland scoort met slechts 6 tot 7 procent natuur het allerslechtst van Nederland, terwijl de coronaperiode aantoonde dat de behoefte aan ruimte om buiten te ontspannen groot was’, aldus Houtzagers.

CENTRALE REGIE

Ondanks de stresstesten van de gemeenten vindt het Zuid-Hollands Landschap dat er nog te weinig bewustzijn is bij deinwoners. ‘Er is sprake van gestage bodemdaling in het veenweidegebied, maar de boeren zijn te weinig bereid om een hogere grondwaterstand te accepteren en het beleid doet te weinig aan compensatie en alternatieven. Inwoners zien hun huizen verzakken, maar leggen geen verband met het waterbeheer en bodemdaling. We moeten nog veel meer de mouwen opstropen’, vindt Houtzagers.

Het Hoogheemraadschap is daarmee eens. Naast alle technische maatregelen waarmee steden zich kunnen aanpassen aan de klimaatverandering is ook ‘meer centrale regie op de randvoorwaarden’ vereist, bijvoorbeeld bij nieuwbouw. ‘Kijk’, zegt Van der Sande aan de rand van het waterbergingsgebied, ‘de beste bouwlocaties in dit druk bevolkte gebied zijn al bezet. We weten dat de bouwopgave van een miljoen woningen dus in suboptimale gebieden moet plaatsvinden. Daarom moeten we beter rekening houden met de geohydrologische situatie. Water en bodem moet het uitgangspunt worden. Het zou de centrale overheid sieren als er voor nieuwe woonwijken wordt voorgeschreven dat water een plek krijgt rond woningen of in de wijk. Projectontwikkelaars en woningcorporaties kunnen dan zelf kiezen hoe ze dit invullen. Plavuizen in plaats van een houten vloer en de elektriciteitskast op de eerste verdieping. Of drijvende woningen, woningen op palen, of infiltratiemogelijkheden van water in de diepere bodem.’

Lees dit artikel in Binnenlands Bestuur